Vaak wordt gezegd dat Nederland in internationaal perspectief relatief weinig eigen betalingen heeft. In de AWBZ is weliswaar sprake van een stevige eigen bijdrage, maar die kan worden gezien als vergoeding voor huur en dienstverlening (kost en inwoning), kosten die anderen normaal gesproken voor hun dagelijks leven dragen. Voor de Zorgverzekeringswet is het allemaal reuze voorzichtig met een eigen risico (ER) van €165 en bovendien een automatische wettelijke compensatie (Compensatieregeling Eigen Risico, CER) voor een hele waslijst aan doelgroepen (chonisch zieken, AWBZ-gebruikers).
Daarom zijn er regelmatig voorstellen om het eigen ER flink op te hogen. In aanloop naar de verkiezingen kwam het Centraal Planbureau (CPB) met berekeningen om het ER naar €775 te verhogen, een voorstel dat werd overgenomen als een van de alternatieven bij de heroverwegingsronde om 20% te bezuinigen op de collectieve uitgaven. Bij de evaluatie van het ER heeft onderzoeksbureau Ecorys onderzocht of er sprake is van een zogeheten volume-effect: gaan mensen daadwerkelijk minder gebruik maken van zorg als gevolg van het ER? Dat kan (nog) niet bewezen worden.
Internationaal zijn er vaak hele andere percentages of euro’s aan eigen betalingen. België kent bijvoorbeeld stevige “remgelden”. Het is daar helemaal geaccepteerd om maar een deel van de doktersrekening vergoed te krijgen. De eigen betalingen bedragen in totaal zo’n 25% van de totale zorguitgaven (tegen ca 8% in Nederland). Wij vinden dat in Nederland altijd schandalig – het is een teken van beschaving als de meest kwetsbaren in de samenleving toegang hebben en houden tot noodzakelijke zorg. Er zijn echter manieren om die toegang te borgen. Zo kent België een maximumfactuur (MAF), dat is een remgeldplafond. Dit plafond is inkomensafhankelijk en bedraagt €450 voor mensen met een laag inkomen (<€14.000) tot maar liefst €2.500 voor een gezinsinkomen van meer dan €50.000 (ahum, en dan lopen wij te piepen om een ER van €165 met nog een compensatiebedrag).
Is dat alles? Nee, in België kent men ook het zogeheten Bijzonder Solidariteitsfonds (BSF) – een vangnet bij hoge medische kosten die niet door de verzekering worden terugbetaald. Daarvoor gelden echter allerlei strikte criteria. Het moet gaan om een zeldzame aandoening of behandeling. Ook chronisch zieke kinderen komen in aanmerking, en uitgaven voor noodzakelijke medische verzorging in het buitenland of voor innovatieve medische behandeltechnieken. Verder moet de aandoening een bedreiging vormen voor de vitale functies van de patiënt. Bovendien moet de behandeling een bewezen wetenschappelijke waarde hebben, en worden voorgeschreven door een hierin gespecialiseerde arts.
Het Belgische Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg heeft recent een evaluatie uitgebracht naar het BSF dat 20 jaar bestaat. In 2008 werden er ongeveer 2400 aanvragen ingediend (incl. heraanvragen), waarvan bijna de helft werden geaccepteerd. De terugbetaling van geneesmiddelen vormt voor het BSF veruit de grootste uitgavenpost (in 2008 meer dan 7 miljoen euro op een totaal van bijna 9 miljoen euro).
Belangrijkste conclusie is dat de criteria vaag zijn en lastig te interpreteren. Waarom de beperking tot een bepaalde leeftijd, of tot zeldzame problemen, met het gevaar dat dit tot discriminatie leidt? Men zou kunnen overwegen het toepassingsgebied van het BSF open te stellen voor iedereen die een gerechtvaardigde dure medische behandeling moet ondergaan waarvoor de ziekteverzekering niet tussenkomt. Op die manier krijg je een soort verzekeringssysteem dat niet beperkt is tot bepaalde patiëntengroepen met een specifiek ziektebeeld.
Om BSF financieel houdbaar te houden beveelt het KCE aan om te gaan werken met een franchisesysteem, waarbij het BSF pas tussenkomt boven een bepaald bedrag, betaald door de patiënt.
Al met al een interessante mogelijkheid om in de Nederlandse context door te lichten op zin en onzin. Dat is verstandiger dan blijven roepen dat het allemaal te duur is, de premies te snel stijgen, maar tegelijkertijd het pakket behouden moet blijven en de eigen betalingen niet omhoog mogen.